 |
|
|
 |
|
 |
|
Taalontwikkeling
|
In het dagelijks leven is spreken bijzonder belangrijk. Om te kunnen spreken moet je je stembanden, tong, lippen, neus en kaken gebruiken. Je moet ook kunnen horen, denken en begrijpen. Spreken lijkt zo makkelijk, maar is in feite een heel ingewikkeld proces.
De logopediste van de Jeugdgezondheidszorg tracht stoornissen van adem en stem, mondgedrag, luisteren, taal en spraak vroegtijdig op te sporen, te voorkomen en te behandelen. De werkzaamheden van de logopedisten richten zich op de basisschoolleerlingen. Er wordt een logopedische screening uitgevoerd in groep 2. Daarnaast dragen de logopedisten zorg voor advisering aan ouders en leerkrachten en het geven van voorlichting. Als er verdere behandeling nodig is, wordt het kind verwezen naar een vrijgevestigde logopedist.
Ontwikkeling taalvermogen
Gemiddeld genomen ontwikkelt een kind het taalvermogen als volgt:
4 jaar
Een kind van 4 jaar moet goede, eenvoudige zinnen kunnen maken. Rond het vijfde jaar begint het samengestelde zinnen met 'want' en 'maar' te maken. Ook kan hij dan vragende zinnen maken. Als je kind veel in één keer wil vertellen kan het nog wel eens haperen. Dit is normaal. Ze beleven ook veel meer. Een paar letters kunnen nog moeilijk zijn, zoals de 'r' en de 'sch'.
5 à 6 jaar
De meeste kinderen hebben op 5- à 6-jarige leeftijd een redelijk taalinzicht en maken weinig fouten meer. De relatie tussen taal en denken gaat nu wel een grote rol spelen; ze vragen vaak 'waarom?' Mede door de invloed van school praat een kind rond zijn zesde jaar ongeveer net als een volwassene.
Taalproblemen
Het ene kind heeft de taal sneller onder de knie dan het andere . Dit is geen reden tot zorg. Blijven de verschillen zich voordoen, dan kan er sprake zijn van een taalprobleem.
Er zijn verschillende taalproblemen:
- Slecht taalbegrip (bijvoorbeeld bepaalde woorden of zinnen niet kennen);
- taalproductie (het kind gebruikt weinig actief taal);
- taalvorm (bijvoorbeeld fouten in woordvolgorde);
- taalinhoud (moeite met gedachten onder woorden brengen);
- taalgebruik (moeite met vertellen van samenhangend verhaal).
Praktische tips
- Laat uw kind rustig uitpraten;
- volg zijn taalontwikkeling;
- herhaal zijn woorden eventueel op een goede manier zonder hem terecht te wijzen;
- doe taalspelletjes, zoals lotto of memory;
- laat uw kind na het zien van een televisieprogramma navertellen wat het heeft gezien.
|
|
|
 |
|
|
|
 |
|
|
 |
|