 |
|
|
 |
|
 |
|
Agressiviteit
|
Schreeuwen, schoppen, slaan en bijten; alle kinderen doen het wel eens. Sommige vormen van agressief gedrag horen dan ook bij een bepaalde leeftijd. Denk maar eens aan de driftbuien van een peuter of de plotselinge kwaadheid van een puber.
Dit soort agressie heeft een positieve functie. Zo leert uw kind bijvoorbeeld zijn of haar grens kennen door botsingen met anderen. Ook kan uw kind ervaren dat het oplucht om negatieve gevoelens eens te mogen uiten. Deze vormen van agressie gaan meestal vanzelf weer over.
Maar als schreeuwen schelden wordt of de schop bedoeld is voor een scheenbeen, dan is dat iets heel anders. Gedrag wordt dan gebruikt om een ander pijn te doen. En dat hoort er niet bij. Het is dan belangrijk te achterhalen waarom uw kind zich zo gedraagt en het te leren dat het ook anders kan.
Wat kunt u doen?
- Probeer de oorzaak te achterhalen;
- geef het goede voorbeeld;
- duidelijke regels;
- blijf zelf rustig;
- keur het gedrag af, niet uw kind;
- wees duidelijk;
- grijp in wanneer het nodig is;
- geef positieve aandacht;
- belonen als de agressiviteit afneemt of is verdwenen.
Vind u hier niet wat u zoekt of weet u niet wat u moet doen om het probleemgedrag van uw kind te verminderen? Neem dan contact op met de Jeugdgezondheidszorg.
Direct naar onze contactgegevens
|
|
|
 |
|
|
|
 |
|
|
 |
|