 Als ouder heeft u al veel ervaring met opvoeden voordat de puberteit begint. Toch is het opvoeden van een kind in de puberteit vaak anders en moeilijker. Om deze periode gemakkelijker door te komen, is het belangrijk dat u als ouder de grote lijnen niet uit het oog verliest.
Neem de wensen, gevoelens en ideeën van uw puber serieus, hoe moeilijk die in uw ogen ook zijn. Daardoor krijgt uw kind zelfrespect en blijft hij of zij het contact met u op prijs stellen. Het betekent overigens niet dat u ook altijd het gedrag moet goedkeuren.
Houd vast aan de normen en waarden die u uw kind wilt meegeven, hoe onzinnig die volgens uw puber ook mogen zijn. Ouders die duidelijk maken waar ze voor staan, komen uiteindelijk als betrouwbaar uit de bus. Met zulke ouders heeft een puber graag te maken.
Onderhandelen
Bouw het leiding geven dat tot nu toe bij het opvoeden hoorde, langzaam maar zeker af, zodat uw puber zelf verantwoordelijk wordt voor zijn of haar beslissingen en de gevolgen ervan. Onderhandelen over regels en grenzen neemt daarbij een centrale plaats in. Uw bijdrage aan de opvoeding kan in deze periode wezenlijk veranderen: u wordt steeds minder opvoeder en steeds meer adviseur.
Vertrouw op een goede afloop. Een tiener is niet ineens een ander mens, een vreemde. Een eerlijk kind is niet plotsklaps een leugenaar. De eigenschappen van uw kind blijven hetzelfde, maar kunnen in de puberteit wel meer of minder op de voorgrond treden. Heb vertrouwen in uw eigen ouderlijke kwaliteiten. Pubers hoeven geen volmaakte ouders. Niets is voor uw puber zo vervelend als ouders die alles maar begrijpen.
|