 Infectieziekten zijn besmettelijke ziekten die kunnen ontstaan nadat bacteriën, virussen of schimmels het lichaam zijn binnengekomen. Ook ziekten door ongewenste parasieten zoals mijten, luizen en wormen worden vanwege het besmettelijke karakter tot de infectieziekten gerekend.
Bacteriën of virussen kunnen niet zomaar het lichaam binnendringen. Eerst moeten barrières worden overwonnen zoals de huid en de slijmvliezen van mond, luchtwegen of ingewanden. Lukt het toch om binnen te komen, dan wil dat nog niet zeggen dat de persoon ziek wordt. Eerst moet de indringer voldoende gelegenheid hebben gehad om zich te vermeerderen.
Lichaamsafweer
Het lichaam heeft een systeem dat indringers tegenhoudt, aanvalt en uit de weg ruimt. Nadat een ziekteverwekker is binnengedrongen (besmetting), zetten reeds aanwezige en inderhaast gemaakte afweercellen en antistoffen de aanval in.
Het opbouwen van de afweerreactie kost enige tijd. De tijd tussen besmetting en de eerste ziekteverschijnselen noemen we de incubatietijd. Van deze periode merkt u meestal niets, maar de binnendringer kan zich vaak al wel verspreiden naar andere mensen.
Immuun
Na genezing is er meestal een periode waarin u de ziekte niet opnieuw kunt krijgen. Dan bent u immuun. Bij een volgende besmetting met dezelfde ziekteverwekker herkent de lichaamsafweer deze meteen en komt het afweersysteem extra snel op gang. Bij vaccinaties bootst men een natuurlijke infectie na om immuniteit, soms tot levenslang, op te bouwen.
Kijk voor meer informatie bij Gezondheid A - Z: (Infectie)ziekten
|